De Zee
"In veer, droeve buitenwijken, die 's ochtends leeg"
"en somber zijn, waar de sering er zielig bij staat op het plein, daar staat een huis, zestien hoog, waarnaast een populier verrijst die uitgeput naar de verlaten hemel wijst; en bij die populier een bank, daar slaapt al sinds een uur of twee 'D'. Hij ligt te dromen van de zee."